Het verhaal van Adam (vrede zij met hem), deel 3

2-02-2013 door

De Islam verwerpt het Christelijk concept van de eerste zonde en het idee dat alle mensen als zondaren worden geboren als gevolg van de daad van Adam. God zegt in de Qoer-aan:

“En geen enkele lastdrager zal de last (zonden) van een ander dragen.”[1]

Elke persoon is verantwoordelijk voor zijn of haar eigen daden en wordt vrij van zonden geboren. Adam en Eva maakten een fout, toonden daar berouw voor en God vergaf hen vanuit zijn eeuwige wijsheid.

“Vervolgens aten zij ervan, zodat hun schaamte zichtbaar werd en zij begonnen zich te bedekken met bladeren van het paradijs; en zo was Adam zijn Heer ongehoorzaam en dwaalde hij. Daarna koos zijn Heer hem uit en Hij aanvaardde zijn berouw en leidde (hem).”[2]

De mens heeft een lange geschiedenis van het vergeten en maken van fouten. Maar hoe was het mogelijk dat Adam een dergelijke fout maakte? De reden is dat Adam geen ervaring had met de influisteringen en valkuilen van Satan. Adam is getuige geweest van de hoogmoedigheid van Satan toen hij het bevel van God weigerde; hij wist dat Satan zijn vijand was, maar hij wist niet hoe hij weerstand kon bieden tegen zijn plannen. De profeet Mohammad heeft ons verteld: “Iets weten is niet hetzelfde als het zien ervan.”[3]

God zei:

“Waarlijk, hij (Satan) bedroog hen door misleiding.”[4]

God beproefde Adam zodat hij ervan zou leren en ervaring op kon doen. Op deze manier bereidde God Adam voor op zijn rol op aarde als een gevolmachtigde en profeet van God. Van deze ervaring leerde Adam dat Satan sluw, ondankbaar en de gezworen vijand van de mens is. Adam, Eva en hun nakomelingen zijn op deze wijze te weten gekomen dat Satan de oorzaak is van hun verbanning uit het paradijs. Gehoorzaamheid aan God en vijandschap tegenover Satan is de enige weg terug naar de hemel.

God zei tegen Adam:

“Daalt hieruit (het paradijs) af, tezamen, onder jullie zal de een de vijand zijn van de ander. Maar als van Mijn leiding tot jullie komt: wie Mijn leiding volgt dwaalt niet en is niet ongelukkig.”[5]

De Qoer-aan deelt ons mee dat Adam vervolgens woorden van zijn Heer ontving; een smeekbede waarmee hij God kon aanroepen om vergeving. Deze smeekbede is erg mooi en kan gebruikt worden wanneer je God wil vragen om je zondes te vergeven.

“Onze Heer, wij hebben onszelf onrecht aangedaan en wanneer U ons niet vergeeft en ons geen genade schenkt, dan zullen wij zeker tot de verliezers behoren.”[6]

De mens blijft fouten maken en daarmee schaden wij alleen onszelf. Onze zonden en fouten zullen God nooit schaden. Als God ons niet vergeeft en ons niet barmhartig is, dan zullen wij degenen zijn die tot de verliezers zullen behoren. Wij hebben God nodig!

Tegen Adam en Eva werd gezegd:

Hij (Allah) zei: “Daalt af, jullie zijn elkaars vijanden, en voor jullie is er op de aarde een verblijfplaats en een genieting tot een bepaalde tijd.”

Hij (Allah) zei: “Daarop zullen jullie leven en daarop zullen jullie sterven en daaruit zullen jullie tevoorschijn worden gebracht.”[7]

Adam en Eva verlieten het paradijs en daalden neer op aarde. Hun neerdaling was er niet een van vernedering;  het gebeurde daarentegen op een waardige manier. In het Nederlands zijn dingen ofwel enkelvoud ofwel meervoud; dit is niet het geval in het Arabisch. In het Arabisch bestaat er enkelvoud en vervolgens een extra grammaticaal getal dat op tweevoud duidt. Het meervoud wordt gebruikt voor drie en meer.

Toen God zei: ‘Daalt hieruit af’, gebruikte Hij hiervoor het meervoud wat aanduidt dat Hij niet slechts tot Adam en Eva sprak maar tegen Adam, zijn vrouw en zijn nakomelingen – de mens. Wij, de nakomelingen van Adam, behoren niet toe aan deze aarde; wij zijn hier slechts tijdelijk, zoals blijkt uit de woorden: ‘tot een bepaalde tijd.’ Wij behoren toe aan het hiernamaals en zijn bestemd voor een plaats in of het paradijs of de hel.

De vrijheid van keuze

Deze ervaring bevat een essentiële les en toont aan dat er een vrije wil is. Als Adam en Eva bestemd waren om op aarde te leven, moesten zij zich bewust zijn van de listen van Satan. Daarnaast moesten ze beseffen wat de akelige gevolgen van zonden zijn en dat de barmhartigheid en vergevensgezindheid van God oneindig zijn. God wist dat Adam en Eva van de boom zouden eten. Hij wist dat Satan hen zou ontdoen van hun onschuld.

De mens heeft een vrije wil en is zodoende vrij om God ongehoorzaam te zijn. Er zijn echter consequenties. God prijst degenen die zijn bevelen opvolgen en belooft hen een grootse beloning en Hij misprijst degenen die Hem ongehoorzaam zijn en waarschuwt hen daartegen.[8]

Waar Adam en Eva neerdaalden

Er zijn veel overleveringen over het onderwerp waar Adam en Eva precies neerdaalden op aarde, maar geen daarvan komt uit de Qoer-aan of de Soennah. Wij kunnen daar dan ook uit concluderen dat de locatie van hun neerdaling iets is dat er niet toedoet en dat er zich geen nut bevindt in deze kennis.

We weten echter wel dat Adam en Eva op een vrijdag op aarde neerdaalden. In een overlevering waarin gesproken wordt over het belang van vrijdagen vertelde de profeet Mohammad, vrede zij met hem: ‘De beste dagen waarop de zon is opgekomen is de vrijdag. Op deze dag is Adam geschapen en op deze dag is hij neergedaald op aarde.’[9]

Wordt vervolgd, inshaa Allah



[1] Qoer-aan 35:18

[2] Qoer-aan 20:121-122

[3] Overgeleverd door Moeslim.

[4] Qoer-aan 7:22

[5] Qoer-aan 20:123

[6] Qoer-aan 7:23

[7] Qoer-aan 7:24-25

[8] Moehammad ibn Al Hoesain al Ajjoerrie.

[9] Overgeleverd door Boekhaarie.

Gerelateerd

Delen met