Straffen in de Shariah

3-06-2012 door

Bestraffing en Straf heeft altijd een integrale rol gespeeld in het concept van rechtvaardigheid. We weten allemaal, of verwachten op z’n minst, dat als je iets kwaads doet je op de een of andere manier onderworpen zult worden aan straf. Dit is alleen maar eerlijk. De mens is belast met de verantwoordelijkheid voor de keuzes die hij/zij maakt. Dit is omdat de mens geschapen is met de vrijheid van keuze en het morele besef van goed en kwaad. Daarom dient een persoon niet te worden gestraft voor de handelingen van anderen, of voor handelingen onder dwang of als gevolg van krankzinnigheid. Alle mensen zijn onschuldig tot het tegendeel bewezen is.

De Islam beschouwt misdrijf als een daad van onrecht tegenover de maatschappij, een zonde tegen de eigen ziel en een overtreding tegen Allah. Straf wist de zonde niet uit, maar berouw. Maar omdat een misdrijf een daad van het toebrengen van schade aan de samenleving is, kan het niet vergeven worden door enkel het tonen van berouw.

Het doel van strafrechtelijke systemen is het straffen van de dader en de maatschappij te beschermen tegen herhaling van de misdaad. Straf dient als een educatief doel, maar ook als een afschrikmiddel en preventie.

De meeste strafrechtelijke systemen in de huidige maatschappijen zijn gebaseerd op en afhankelijk van het huidige maatschappelijke sentiment. In de Islamitische wet is straf gebaseerd op goddelijke openbaring. Er is geen ruimte voor sentiment of mogelijkheid voor verandering. Deze wetten zijn afkomstig van de Schepper, die oneindig Wijs en Barmhartig is; Die de ware gang van zaken beter kent dan de mens. Alle andere bronnen van kennis en theorie zijn defect en gebrekkig vanwege menselijke imperfectie.

Gerechtvaardigdheid is de heersende geest van de Islamitische Wetgeving, die Sharie’ah genoemd wordt. Een van de voornaamste redenen waarom profeten werden gestuurd, was het leiden van de mensheid naar gerechtigheid en rechtvaardigheid.

In dit verband zegt Allah de Verhevene:

“Voorzeker, Wij hebben Onze boodschappers met de duidelijke bewijzen gezonden en Wij hebben met hen het Boek en de wetgeving neergezonden, opdat de mens de rechtvaardigheid in acht zou nemen…” (Soerat Al- Hadeed, 57:25)

“O jullie die geloven! Wees standvastigen ten aanzien van de gerechtigheid, als getuigen omwille van Allah…” (Soera tan-Nisaa, 4:135)

Er zijn grofweg drie categorieën van straffen in de Sharie’ah:

De eerste is de Hadd, hieronder vallen goddelijke voorgeschreven vormen van een vast aangestelde straf gebaseerd op de Qoer-aan en Soennah. Dit zijn straffen die vastgesteld zijn voor de bescherming van het publieke belang; deze kunnen niet verlicht worden noch zwaarder worden gemaakt, noch kan de overtreder gratie verleend worden. Deze prenten in de maatschappij een diep gevoel in van afschuw jegens de misdaad waarvoor de overtreder gestraft wordt. Zulke misdrijven omvatten het drinken van alcohol, gewapend overval, diefstal, onwettige seksuele relaties, afvalligheid en lasterlijke beschuldigingen van promiscuïteit (zinaa).

De tweede vorm heet Qisaas, dit is de straf voor doodslag en mishandeling. Wanneer een persoon fysieke schade veroorzaakt bij een ander of iemand doodt, dan heeft de gewonde of de nabestaanden van de gedode het recht op vergelding. Een uniek aspect van Qisaas is dat de slachtoffers familie de optie heeft om aan te dringen op de straf, financiële compensatie te accepteren of de overtreder te vergeven, wat zelfs de doodsstraf zou kunnen afwenden. Allah zegt dat vergeving beter is:

“En de vergelding voor een slechte daad is dezelfde slechte daad, maar voor wie vergeeft en verzoent: zijn beloning is bij Allah. Voorwaar, Hij houdt niet van de onrechtplegers. En wie zich verdedigt nadat hem onrecht is aangedaan: zij zijn degenen tegen wie er geen weg (tot bestraffing) is. Er is slechts een weg (tot bestraffing) tegen degenen die de mensen onrecht aandeden en die zonder recht buitensporig op aarde handelden. Zij zijn degenen voor wie er een pijnlijke bestraffing is. Maar wie geduldig was en vergaf: voorwaar, dat behoort zeker tot de aanbevolen daden.” [De Qoer-aan; 42:40-43]

Alle andere misdaden vallen onder de categorie Ta’zier, een discretionaire (naar believe) straf die door de rechtbank bepaald wordt.

De bron van het Islamitisch Strafrecht is de Almachtige God, de Bestuurder van het universum. Alles is bij Hem bepaald met absolute perfectie. Deze perfectie wordt weerspiegeld in de strikte procedures die uiteengezet zijn voordat een persoon veroordeeld of gestraft kan worden. Eigenlijk zijn alle vormen van straf die door de Sharie’ah zijn bepaald succesvoller in het voorkomen van recidiverende misdaad dan door de mens gemaakte juridische systemen waarvan de zinloosheid aangetoond en bevestigd wordt door de dagelijkse onophoudelijke misdaden.

Gerelateerd

Delen met