Wat zij zeggen over de Qoer-aan

15-12-2011 door

De mensheid heeft de Goddelijke leiding middels twee wegen ontvangen: Allereerst middels het woord van Allah en vervolgens middels de profeten die gekozen waren door Allah om Zijn wil over te brengen aan de mensheid.  Deze twee zaken zijn altijd met elkaar gepaard gegaan. Pogen om de wil van Allah te kennen door het veronachtzamen van een van deze twee heeft altijd geleid naar misleiding. De Hindoes veronachtzaamden hun profeten en schonken alle aandacht aan hun boeken die slechts puzzelwoorden waren die zij uiteindelijk verloren. Op dezelfde wijze hechtten de christenen alle belang aan Christus. Daarmee verhieven zij hem (vrede zij met hem) niet alleen tot God, maar verloren zij ook de hele essentie van Tawhied (monotheïsme) die de Bijbel bevat.

Feitelijk is het zo dat de belangrijkste geschriften geopenbaard voor de Qoer-aan, het Oude Testament en de Evangelie, pas lang na de tijd van de profeten in boekvorm kwamen en dit waren ook nog eens vertalingen. Dit was omdat de volgelingen van Mozes en Jezus (vrede zij met hen beiden) geen aanzienlijke moeite deden om deze Openbaringen te bewaren gedurende de levens van hun profeten. Deze boeken werden pas lang na hun dood geschreven. Wat wij nu dus hebben in de vorm van de Bijbel (het Oude als het Nieuwe Testament) zijn vertalingen van individuele verslagen van de originele openbaringen, die toevoegingen en weglatingen bevatten van de volgelingen van de genoemde profeten.

Daarentegen, het laatst geopenbaarde Boek, de Qoer-aan, bestaat in zijn originele vorm. Allah zelf heeft zijn bescherming en bewaring gegarandeerd en dit is waarom de Qoer-aan gedurende het leven van de profeet Mohammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) werd geschreven, hoewel op afzonderlijke stukken van palmbladeren, perkament en beenderen enz. Bovendien waren er tienduizenden metgezellen van de profeet (vrede zij met hem) die de hele Qoer-aan gememoriseerd hadden en de profeet zelf was gewend de Qoer-aan een keer per jaar aan de engel Gabriël voor te dragen en dit deed hij twee keer in het jaar waarin hij stierf. De eerste kalief, Aboe Bakr, vertrouwde de collectie van de hele Qoer-aan in één boekdeel toe aan de schrijver van de profeet, Zaid ibn Thaabit. Dit boekdeel bleef bij Aboe Bakr tot zijn dood. Daarna kwam het bij de tweede kalief ‘Oemar en na hem kwam het bij Hafsa, de vrouw van de profeet 9vrede zij met hem). Het was van deze originele kopie dat de derde kalief ‘Oethmaan verscheidene andere kopieën maakte en deze zond naar de verschillende moslimgebieden.

De Qoer-aan was zo uiterst precies bewaard, omdat het hét Boek van Leiding moest zijn voor de mensheid voor alle tijden die nog moesten komen. Dit is de reden waarom de Qoer-aan zich niet alleen richt tot de Arabieren in wier taal het geopenbaard was, maar spreekt het tot de mens als een menselijk wezen: “O mens! Wat heeft jou weggeleid van jouw Heer?”

De uitvoerbaarheid van de leerstellingen van de Qoer-aan is gevestigd in het voorbeeldig leven van Mohammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) en de godvruchtige moslims door de eeuwen heen. De kenmerkende benadering van de Qoer-aan is dat zijn instructies bedoeld zijn voor de algemene voorspoed van de mens en gebaseerd zijn op de mogelijkheden die binnen zijn bereik liggen. De Wijsheid van de Qoer-aan is in al zijn dimensies overtuigend. Het veroordeelt de menselijke behoeften niet noch veronachtzaamt het de ziel. Het vermenselijkt God niet noch vergoddelijkt het de mens.  Alles is zorgvuldig geplaatst waar het hoort in het totale stelsel van de schepping.

Eigenlijk is het zo dat degenen die beweren dat Mohammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) de auteur van de Qoer-aan is, iets claimen dat menselijkerwijs gesproken onmogelijk is. Kon iemand in de zesde eeuw na Christus uiting geven aan zulke wetenschappelijke waarheden die de Qoer-aan bevat? Kon hij (vrede zij met hem) de evolutie van het embryo binnen de uterus zo nauwkeurig beschrijven zoals we het vandaag in de moderne wetenschap vinden?

Ten tweede: is het logisch te geloven dat Mohammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem), die tot de leeftijd van veertig alleen maar geprezen werd om zijn eerlijkheid en integriteit, ineens het auteurschap claimde van een boek dat qua literaire verdienste ongeëvenaard is en waarvan het gelijkwaardige niet door een heel legio van Arabische dichters en redenaars van het hoogste kaliber geproduceerd kon worden?

En als laatste, is het rechtvaardig te zeggen dat Mohammad (Allah’s vrede en zegeningen zij met hem) die in zijn maatschappij bekend stond als Al-Amien (de vertrouwenswaardige) en die nog steeds door de niet-moslimgeleerden wordt bewonderd om zijn eerlijkheid en integriteit, voortkwam met een valse claim en op deze valsheid duizenden mensen van goed karakter, integriteit en oprechtheid onderwees die vervolgens in staat waren om de beste maatschappij op het aardoppervlak te vestigen? Ongetwijfeld zal iedere oprechte en onbevooroordeelde zoeker naar de waarheid tot het geloof komen dat de Qoer-aan het geopenbaarde boek van Allah is.

Zonder het noodzakelijkerwijs eens te zijn met alles wat zij zeggen, geven wij hier enkele voorbeelden van de meningen van belangrijke niet-moslimgeleerden over de Qoer-aan. Lezers kunnen gemakkelijk zien hoe de moderne wereld betreffende de Qoer-aan steeds dichter bij de realiteit komt. We vragen alle onbevooroordeelde lezers om de Qoer-aan te bestuderen in het licht van de voorafgaande punten. Wij zijn er zeker van dat het de oprechte lezer zal overtuigen dat de Qoer-aan nooit geschreven kan zijn door enig menselijk wezen.

“De Qoer-aan, zoals algemeen erkend wordt, neemt een belangrijke plaats in onder de grote religieuze boeken van de wereld. Hoewel het tot de jongste van de baanbrekende werken van deze klasse van literatuur behoort, is het niet te evenaren met één in het schitterend effect dat het heeft geleverd op grote massa’s van mensen. Het heeft een geheel nieuwe fase van menselijk denken en een nieuw type van karakter geschapen. Het transformeerde allereerst een groot aantal van heterogene woestijnstammen van het Arabisch schiereiland tot een natie van helden en ging vervolgens voort om de vele politieke en religieuze organisaties van de Mohammedaanse [1] wereld te creëren, die een van de grote machten zijn waarmee Europa en het Oosten vandaag de dag rekening mee moeten houden.”
[G.Margoliouth, Introduction to J.M.Rodwell’s, De Koran, New York: Everyman’s Library. 1977, p.vii]

“De bovenstaande observatie maakt de hypothese genoemd door degenen die Mohammad  als de auteur van de Qoer-aan zien ontoelaatbaar. Hoe kon een man, van het zijn van een ongeletterde, de meest belangrijke auteur worden, vanuit het oogpunt van literaire verdienste in de gehele Arabische literatuur? Hoe kon hij waarheden van wetenschappelijk aard uitspreken die geen enkel ander mens gedurende die tijd ontwikkeld kon hebben, en dit alles zonder het maken van niet eens de kleinste fout in zijn uitspraken over dit onderwerp?”
[Maurice Bucaille, THE BIBLE, THE QUR’AN AND SCIENCE, 1978, p. 125].

“Daarom moet zijn verdienste als literaire productie misschien niet afgemeten worden aan voorafgaande principes van subjectieve en esthetische smaak, maar door de effecten die het had op de tijdgenoten van Mohammad, landgenoten en medeburgers. Het sprak zo krachtig en zo overtuigend tot de harten van zijn toehoorders en smeedde de tot dusverre centrifugale en antagonistische elementen tot een compact en goed georganiseerd lichaam, dat tot leven gebracht was door ideeën die ver boven stonden van de gedachten die de Arabieren tot dusver bestuurden. Vervolgens was zijn welsprekendheid perfect, simpelweg omdat het een beschaafde natie creëerde vanuit de primitieve stammen en een verse inslag in de oude kromming van de geschiedenis bewerkstelligde.”
[Dr. Steingass, in T. P. Hughes Dictionary of Islam. p. 528]

“In het maken van de huidige poging om de prestatie van mijn voorgangers te verbeteren en iets te produceren wat geaccepteerd zou kunnen worden als een namaking, al is het zwak, van de sublieme retoriek van de Arabische Qoer-aan, heb ik veel moeite gehad om de complexe en de rijke verschillende ritmen te bestuderen die los van de boodschap zelf, de on-ontkenbare bewering van de Qoer-aan omvat van het behoren tot de grootste literaire meesterwerken van de mensheid. Deze zeer karakteristieke eigenschap, die onovertroffen symfonie en zoals de gelovige Pickthall zijn Heilige Boek beschrijft, “waarvan zelfs de geluiden de mens tot tranen en trance voeren,” is bijna geheel genegeerd door de voorgaande vertalers. Het is daarom niet verwonderlijk dat zij geluiden hebben gecreëerd [2] die erg saai zijn in vergelijking met de prachtig gedecoreerde Qoer-aan.”
[Arthur J. Arberry, THE KORAN INTERPRETED, London: Oxford University Press, 1964, p. x].

“Een totaal objectief onderzoek ervan (de Qoer-aan) in het licht van moderne kennis, leidt ons naar het herkennen van de overeenkomst tussen de twee, zoals al eerder is gezegd op herhaaldelijke gelegenheden. Dit leidt ons naar het ondenkbaar achten voor een man uit de tijd van Mohammad, gebaseerd op de staat van kennis in zijn dagen, als zijnde de auteur van zulke verklaringen. Zulke consideraties zijn onderdeel van wat de Qoer-aanische openbaring zijn unieke plaats geeft en de onpartijdige wetenschapper dwingt om zijn onbekwaamheid toe te geven in het leveren van een uitleg die enkel materialistische beredenering aanmaant.”
[Maurice Bucaille, The Qur’an and Modern science, 1981, p.18.]



Voetnoten

[1] De vroege Islam onderzoekers noemden de Islam ‘Mohammedanisme’, hiermee implicerend dat de moslims de boodschapper van Allah (Allah’s vrede en zegeningen zijn met hem) aanbaden. Een moslim is echter iemand ‘die zich overgeeft en onderwerpt aan Allah, de Schepper van al het geschapene.’ De hele essentie van de Islam is pure monotheïsme. Allah zegt in de Qoer-aan: Zeg: “Hij is Allah, de Enige. Allah is de Enige van Wie al het geschapene afhankelijk is. Hij heeft niet verwekt en is niet verwekt. En niet één is aan Hem gelijkwaardig.” [De Qoer-aan; 112: 1-4] “En Mohammed is niet meer dan een boodschapper, vóór hem zijn de boodschappers reeds heengegaan. Als hij dan zou sterven of gedood worden: waarom zouden jullie je dan op jullie hielen omdraaien (terugvallen in ongeloof)? En wie zich op zijn hielen zou omdraaien: het schaadt Allah niets. En Allah zal de dankbaren belonen.” [De Qoer-aan; 3:144]

[2] Hiermee verwijst de auteur van deze citaat naar de vertalingen van de Qoer-aan.